Hoofdstuk 17

 

Iedereen verzamelde zich op die nieuwe locatie, had hij dat maar geweten, dan had hij de boel opgeblazen met een raket, maar die kreeg hij niet meer op tijd hier. Het dorp was moeilijk bereikbaar. Het zou door de lucht moeten.

Nee, dat kreeg hij niet meer voor elkaar. Zijn zoon hield de boel nu in de gaten en die was waardeloos gebleken. Hij dacht te veel aan die vrouw. Hij kon het niet uitstaan dat ze was weg gelopen. Dat ze het lef had gehad.

Hij dacht dat hij haar gebroken had, maar niets bleek minder waar.

Hij dorste naar wraak en dat was zelden goed voor de objectiviteit. Misschien moest hij zijn zoon maar eens aan doen, wat hij al die mensen had aangedaan.

Laten we eens uitvinden hoe hij het doet in de arena. Kijken of hij dan nog zo hard lachte.

Leblanc dacht eigenlijk van niet.

 

Ghost en Spike reden Marseille binnen, ze hadden een voorspoedige reis gehad.

Bij het binnenrijden van Frankrijk had Ghost haar haar kort geknipt en zwart geverfd. Ze had gekleurde lenzen in gedaan en nu waren haar ogen donkerbruin. Een bril maakte het af. Ze was onherkenbaar. De laatste keer dat ze in Marseille was geweest leek ze nog op zichzelf. Al kon ze zich amper herinneren hoe dat was.

Ghost had het grootste deel van de reis achter haar computers gezeten en had van alles op poten gezet.

Ook had ze de achtergrond van De Wit/Blanca omgespit. Daar was allerlei interessante informatie uitgekomen. Onder andere dat Blanca de zoon was van Leblanc. Het hele adoptieverhaal was flauwekul.

Het was alleen maar een dekmantel geweest om zijn zaken te kunnen doen onder het mom van een brave dominee. Hij leidde de smokkelroute vanuit het noordelijk deel van Europa en was dus een grote speler. Een gewaarschuwd mens telt voor twee en Ghost lichtte onmiddellijk Mariah en Boris in.

Ze had een huis in een vervallen wijkje aan de rand van het centrum. De smalle straatjes waren druk en de vrachtwagen kon daar amper rijden. Bij een grote houten poort in het achteraf straatje stopten ze.

‘Hier is een sleutel van de poort’ zei ze tegen spike.

Hij vroeg zich af hoe ze daar ineens aan kwam.

Hij knikte en sprong achter het stuur vandaan op straat. Hij kuierde ongehaast, alsof hij uit zijn werk kwam, naar de houten poort en maakte hem open. Hij liep terug, stapte weer in en reed de binnenplaats op.

Na de poort weer dichtgeschoven te hebben en de grendel op zijn plek geschoven te hebben, keek hij om zich heen. Het was een klein verwaarloosd pandje, met blauwe verweerde kozijnen. Het beton waar de vrachtwagen op stond was gebarsten en onkruid groeide in de scheuren. Een kleine schuur grensde aan de achterkant van de binnenplaats. Het zag er uitermate verlaten uit.

‘Van wie is dit huis?’ vroeg Spike om zich heen kijkend.

Ghost was ondertussen ook uit gestapt en inspecteerde het huis. Er bewoog niets.

De lucht hing zwaar boven de stad en het leek ieder moment te kunnen gaan regenen.

Het was bitterzoet om weer terug te zijn. De laatste keer dat ze hier was had ze haar wraak voltooid, dat had ze tenminste gedacht, maar nu leek het erop dat ze overnieuw moest beginnen. Deze keer moest het goed gebeuren, zodat het ongedierte niet weer de kop op zou steken. Dit keer zou ze de koppen er af halen.

Bekend terrein, dat moest uitmaken.

‘Van mij,’zuchtte Ghost. ‘Ik vertel je het wel een keer. ‘Het staat op naam van mijn alter ego Moriano. Hij is ook de eigenaar van de vrachtwagen, als de originele nummerplaten erop zitten, tenminste’ ze lachte hardop.

Spike dacht dat er nog veel te vertellen viel over het verleden van Ghost.

Ze deed het huis van het slot en liep naar binnen. Het was vuil en rommelig. Overal lagen spullen.

‘Ik denk dat je bezoek hebt gehad’ zei Spike om zich heen kijkend.

‘Ik ben nogal overhaast vertrokken de vorige keer, ik heb geen tijd gehad om op te ruimen.’ Ze pakte wat spullen en gooide het op een hoop. Spike snuffelde door de kasten en verbaasde zich er over dat er helemaal niets in stond. Alle losse spullen die ze zagen, waren ook meteen de enige spullen die er waren.

‘Luke en Boris komen ook deze kant op, maar dat kan zo niet, we moeten wat regelen.’

Hij zag een bezem en begon de vloer te vegen. Het huis was dan wel een bende, maar het was er warm en droog.

‘Ik bestel wel wat rommel bij een goedkoop woonwarenhuis en haal het later op, dat is het makkelijkste. Kom kijken wat er in de garage staat, dat zal je wel leuk vinden.’

Ze liep de deur weer uit en Spike liep nieuwsgierig achter haar aan. De garage zat wel degelijk op slot. In de garage stonden een zwarte bestelwagen en een hele snel uitziende zwarte motorfiets.

‘Een Honda Fireblade’ zei Spike bewonderend. ‘Zou ‘ie nog starten?

Ghost liep naar een kast en pakte er een accu uit. Ze schroefde de klemmen weer op zijn plek en drukte op de starter. De motorfiets huilde twee keer en startte toen probleemloos.

Ze lachte blij. Ze gooide de sleutel naar Spike.

Ze gebaarde naar de kast waar een zwarte helm in lag. Hij zette de helm op zijn hoofd. Te klein. Hij stopte de helm weer terug in de kast. Hij ging wel een nieuwe kopen.

‘Zo die doet het.’ ze stapte in de bestelwagen en startte de motor. Ook die liep probleemloos en ze zette hem weer uit.

‘Ik ga even shoppen’ zei ze en verdween weer naar de vrachtwagen.

Spike snuffelde nog door het huis heen en vond allerlei spullen om schoon te maken.

Hij verzamelde alle rommel en deed die in vuilniszakken. Hij waande zich even terug in Resi, daar hadden ze ook zoveel opgeruimd, voordat er weer bewoning mogelijk was.

Hij veegde en dweilde en grinnikte dat Ghost zich er mooi aan had weten te onttrekken.

Ze was maar netjes met één ding en dat was haar vrachtwagen. Het was niet alleen een stukgereedschap om te bereiken wat ze zich had voorgenomen, maar het was ondertussen ook haar thuis geworden.

Toen het huis klaar was zocht hij naar een winkel in motorkleding op zijn telefoon.

Dicht bij was een klein bedrijfje waar ze motoren en accessoires verkochten.

Hij wandelde daar op zijn gemak heen en paste een zwart beschermend pak.

Het was een beetje strak in de schouders en de verkoper ging op zoek naar een grotere maat. Hij paste ondertussen wat helmen en vond er één die goed leek te passen.

De helm was ook zwart met een zwart vizier. Hij hield de helm op om uit te proberen en drentelde wat rond en bekeek een paar handschoenen.

Een klant kwam op hoge poten de winkel binnen en begon meteen te schelden.

Wat voor Spike het meest schokkend was dat de man een heleboel te vertellen had in een onvervalste Amerikaanse tongval. In het Engels, dat ook nog.

Die stem die ken ik, dacht spike en keek over zijn schouder. Meteen was hij blij dat hij die helm op had.

Brown, hij had Brown gevonden, of was het meer dat Brown hem had gevonden?

Hoe dan ook, het scheelde veel werk. De man was in de stad en hij zou niet lang meer leven, schatte Spike zo in. Hij grijnsde in zijn helm.

De verkoper kwam terug met een ander motorpak en hij hoorde het personeel onderling praten over het onbeschofte gedrag van Brown.

Blijkbaar hadden ze werk gedaan voor Brown en dat was niet naar zijn zin uitgevoerd. In plaats van uit te leggen wat er niet goed was, begon hij meteen te brullen en te schelden. Daar waren ze niet van gediend en ze waren het ook niet van plan het te pikken van die vuile amerikaan. Het enige wat hen tegen hield was de relatie met Leblanc. Hij was berucht in Marseille en dat maakte mensen voorzichtiger.

Spike pakte het motorpak aan van de verkoper en liep een pashok in. Hij zette de helm af en paste het andere pak. Dat zat als gegoten.

‘Ik zou graag hier afrekenen, de helm, het pak en de handschoenen. Ik heb een akkefietje met dat figuur daar en dat wil ik niet in je winkel regelen.’ zei Spike tegen de man.

‘Ik roep mijn baas wel even’ zei hij en hij liep weg. Hij wierp nog geen blik op Brown en liep hem voorbij.

Hij fluisterde wat in het oor van zijn baas en nam de boel over. Hij trok een geïnteresseerd gezicht en deed alsof hij luisterde. Zijn baas pakte de betaalautomaat en vertrok naar het pashok.

‘Zeer erkentelijk’ zei hij tegen Spike ‘een gevecht kan ik missen als kiespijn.’

‘Graag gedaan, bedankt dat ik uit het zicht mag betalen, heb je ook achteruitgang?

De man knikte en Spike deed de helm op en vertrok.

Een straat verderop deed hij de helm af en wandelde verder. Hij was van plan om de motor op te halen en achter Brown aan te gaan om te zien waar hij verbleef.

Het was niemand gelukt om te achterhalen waar Brown verbleef, dus dit was een gelukje.

Bij het huis aangekomen liep hij naar de garage waar de motor stond. De bestelwagen was weg. Hij ging er van uit dat Ghost klaar was met shoppen en de spullen was gaan halen. Hij stuurde een berichtje naar Ghost, pakte de motor en vertrok.

Weer terug bij de winkel, zag hij precies Brown naar buiten komen. De man had een hoog rode kleur en was zo te zien nog steeds spinnijdig. Spike hield afstand en keek op zijn telefoon alsof hij een map bestudeerde.

Hij was behoorlijk bekend in Marseille, ongemerkt nam hij een foto van het nummerbord van Browns wagen.

Hij had een zwarte Austin Martin. De lage snelle wagen viel volledig uit de toon in het armoedige wijkje. Spike vroeg zich af wat Brown moest bij die winkel. En waarom hij nu precies zo kwaad was. Hij had het niet goed meegekregen in de winkel tijdens de scheldpartij van Brown.

De man stapte in zijn auto en gaf onbeheerst gas.

De auto slipte heen en weer en hij reed bijna tegen een huis aan. Een voetganger kon nog net wegspringen. De man balde zijn vuist naar de wegscheurende auto.

Spike volgde een heel stuk rustiger. Hij liet Brown een eind voor zich uit rijden er steeds voor zorgend dat er zeker drie of vier auto’s tussen zaten.

Het was wel een beetje spannend bij de stoplichten, maar dit was het eerste teken van leven wat ze van hem zagen sinds San Francisco en hij wilde echt heel graag weten waar hij heen reed.

Ghost was er vast blij mee dat hij Brown zo snel gevonden had.

Hij zou alleen maar uitvogelen waar hij heen ging en dan zou hij terug rijden naar het huis.

Brown scheurde door de stad en reed naar de kust. De huizen werden alsmaar groter en luxueuzer.

Bij een grote mediterrane villa reed hij het hek door en verdween.

Spike reed door en sloeg een stuk verderop af alsof hij daar moest zijn.

Hij had de straatnaam en het nummer gezien van het huis waar Brown naar binnen was gereden. Hij bleef op zijn motor zitten en pakte zijn telefoon.

Hij maakte een paar foto’s van het huis en wachtte nog even af. Na een kwartier vertrok hij weer en reed met een grote omweg terug naar het huis. Hij genoot ervan om weer in Marseille te zijn. Dat was lang geleden.

 

Ghost had al haar boodschappen gedaan. Bij de het woonwarenhuis had haar bestelling klaar gestaan en een paar werknemers hadden geholpen om de dozen in de bestelwagen te laden. De winkel zat tamelijk ver van haar huis vandaan, wat ze prettig vond. Ze had behoorlijk wat jaren hier gewoond en ze wilde geen bekende tegen komen. Bij het woonwarenhuis zat een stukje verderop ook een grote supermarkt. Ze gooide een wagen vol met alles wat lekker leek en de basis voedingsmiddelen. Ze rekende weer af en reed terug naar huis, goed oplettend of ze gevolgd werd. Ze nam wat afslagen en keerde de auto alsof ze verdwaalt was. Toen ze er zeker van was dat ze niet gevolgd werd reed ze terug naar huis.

Spike kwam gelijk met haar aanrijden en ze reden tegelijk de binnenplaats op. Twee mannen zaten buiten op het stoepje op hen te wachten,

‘Anders, Victor’ knikte Spike.

De mannen knikten terug en kwamen wat moeizaam overeind.

‘Goed, de hulptroepen, kunnen jullie mooi helpen uitladen’ glimlachte Ghost.

De mannen liepen naar de achterkant van de bestelwagen en deden de deur open.

‘Oh, jij bent goed bezig geweest’ zei Spike.

‘Hier moeten jullie het mee doen, ik slaap in de vrachtwagen.’

De spullen waren in een vloek en een zucht uit geladen en terwijl de mannen snel de meubelstukken in elkaar zetten, ruimde Ghost de keuken in. Ze vond het allang best dat ze niet hoefde te sleutelen. Daar had ze een enorme hekel aan.

Ze zetten de boodschappen in kasten en spullen in de koelkast, die het nog bleek te doen ook. Spike kwam tegen het aanrecht leunen om te vertellen dat hij Brown gevonden had.

Hij gaf de foto’s en het adres aan Ghost en ze verdween naar haar vrachtwagen en de computer om uit te zoeken wat ze kon vinden.

De mannen overlegde met elkaar wat ze allemaal wisten van de organisatie hier in Marseille. Victor kende één van de belangrijkste figuren hier in de stad, maar hij dacht niet dat hij hem aan het praten zou krijgen. Dus moesten ze een ander plan verzinnen.

‘Ghost zal zijn hele familie in kaart willen brengen, zo werkt ze altijd. Uitzoeken hoe de verbanden liggen. Is hij getrouwd of heeft hij een vriendin, is zij familie van iemand die wij interessant vinden.’ Spike krabde in zijn baard. Die had hij nog steeds niet afgeschoren sinds San Francisco, hij had hem wel keurig getrimd.

Anders dacht diep na,

‘Ik ken wel iemand die ins en outs weet hier en zij zal wel praten, denk ik, ik heb nog wat tegoed van haar.

Ik denk dat ik mijn schuld ga innen.’ Anders grijnsde en ineens leek hij heel veel op Boris.

Oei, dacht Spike, Twee van die mannen die los gaan in Marseille, dat belooft wat. Arm, arm Marseille. Hij lachte inwendig. Hij zou vrolijk meedoen en Victor ook. Het zou net zo leuk worden als San Francisco.

Victor en Spike gingen in de vrachtwagen al hun connecties in Marseille aan Ghost geven, zodat ze het web kon ontwarren.