Hoofdstuk 2
Leblanc werd gebeld door een oude compagnon.
Dragan had een klusje wat gedaan moest worden en hij dacht dat Leblanc daar wel de manschappen voor had.
Een oude vijand van hem had een voertuig wat veel geld waard was. Een aantal militairen waren er in geïnteresseerd en Dragan had besloten om te leveren. Maar dan moest hij het wel te pakken krijgen. Hij wilde de winst broederlijk delen met Leblanc.
Leblanc dacht daar zelf anders over, hij kon die deal ook zelf wel doen, daar had hij Dragan niet voor nodig.
Alleen dat vertelde hij Dragan niet. Hij luisterde naar alle informatie en zei verder niets. Hij had het spoor van Boris gevolgd en dat liep dezelfde kant op als dat van Dragan. Het zal toch niet? dacht hij opgetogen. Twee vliegen in één klap?
Een waardevol voertuig en Boris om zeep geholpen. Dan kon die hem niet meer lastig vallen met wraak. Boris was een formidabele vijand en als je hem combineerden met Spike waren ze een natuurkracht. Nogal vernietigend. Ze hadden al heel wat zaken van hem verprutst en dat had heel veel geld gekost. Maar Spike zat in de VS zover hij wist en was niet in de buurt van Boris. Maar dit grapje kon hij wel regelen. Hij belde zijn nummer twee en gaf zijn orders.
Boris pakte voorzichtig een deken uit de kast en legde dat in de passagiersstoel.
‘Ik heb geen plek voor jou om te zitten, je moet je maar goed vasthouden. Het gaat wel even hobbelen.’
Boris lachte onschuldig naar Louis. Louis lachte even onschuldig naar hem terug.
‘Maak je over mij maar niet bezorgd’ zei hij ‘ik heb wel gekkere dingen gedaan.’
Hij had wel een idee wat Boris van plan was en hij ging niet in die wagen zitten wachten hoe die gek het ging uitvoeren.
Hij stapte zelf wel af en later in Svet. Kon hij de boel ook beter in de gaten houden.
Boris wist dat best, maar hij speelde graag de vermoorde onschuld.
Louis ging naar buiten en begon de banden en kettingen los te maken waar Svet mee vast stond.
Boris startte de motor en ging Lisa wakker maken. Hij zette haar voorzichtig in de passagiersstoel en legde de zachte deken over haar heen. Daarna trok hij de vijfpuntsgordel over haar hoofd en begon de sluitingen dicht te klikken. Lisa keek hem bezorgd aan. Ze fronste haar voorhoofd en had daar meteen spijt van. De ergste pijn leek weg te trekken, maar nu voelde haar gezicht stijf en ongemakkelijk aan.
‘Gaan we de trein verlaten?’ vroeg ze onzeker, waar moest ze heen als ze niet meer in de camper kon zitten? ‘Mag ik op een andere wagon gaan zitten? Kan ik mijn kleren pakken?’
Ze probeerde de riemen weer los te maken, maar Boris was net bezig alles strak te trekken en sloeg haar handen opzij.
‘Het lijkt me het allerbeste als je gewoon met ons mee gaat. Victor heeft je uitgenodigd, om bij hem te herstellen en Svetlana lijkt je te mogen. Dus blijf in je stoel en hou je vast, het wordt een ruige rit.’
Hij pakte haar handen en vlocht die met de riemen die haar op haar plaats hielden.
‘Hou vast, dan houd je je handen tenminste thuis’ Hij grinnikte, alsof hij een ondeugende gedachte had.
Ze zag de man met het zwarte haar aan de rand van de wagon staan, op zijn rug hing een groot geweer.
In wat voor wereld ben ik nu terecht gekomen dacht ze verwonderd, ze was niet eens bang of ongerust.
Ze vertrouwde Boris blijkbaar blind. Ze had niet gedacht dat ze dat nog zou kunnen en dan zo snel. Maar hij was lief.
Ze schudde beduusd haar hoofd en had daar meteen spijt van. De pijn knalde door haar hoofd.
De trein begon te vertragen, de remmen gierden. Boris drukte op een paar knoppen op het dashboard. Er was van alles en nog wat verlicht. Het zag er erg indrukwekkend uit. Boris zette de automaat in Drive, maar hield de rem nog ingedrukt.
‘Gewoon gas blijven geven, zei hij’ en iets luider ‘kom op, Svet, laat ons niet in de steek.’
Lisa zag de man met het geweer en het krulhaar van de trein afspringen en op het zelfde moment gaf Boris gas, liet de rem los en gooide het stuur om.
Die gek ging van een rijdende trein rijden met een camper. Lisa gilde in paniek.
Op het moment dat het voertuig zich van de trein losmaakte, bereikten ze het perron. Svet landde keurig op het platform, gleed een heel stuk dwars weg en wist nog net Louis te ontwijken die bezig was het perron te beklimmen.
De grote wielen van Svet hadden er geen enkele moeite mee.
De trein begon weer te versnellen.
Boris stopte en Louis sprong in Svet. Meteen gaf Boris weer gas en heel wat gecontroleerder reden ze van het platform af en het stadje in.
Dit was één van de wat grotere plaatsjes langs de route. Boris keek op de plattegrond op zijn telefoon en reed een straat in op weg naar een grote supermarkt, die dag en nacht open was. Ze reden een stukje, de supermarkt was echt heel dichtbij, Boris reed het parkeer terrein op.
‘Jij past op Lisa’ zei hij grommend tegen Louis.
Hij wees op Louis
‘Dit is Louis, een vriend van mij.’
Zonder verder nog en woord vuil te maken verliet hij Svet en ging voorraden inslaan.
Louis en Lisa keken elkaar een beetje verbaasd aan. Lisa stak als eerste haar hand uit.
‘Aangenaam, denk ik’ zei ze een beetje aarzelend.
Louis schudde zijn hoofd en lachte.
‘Hij leert het nooit, hij is en blijft verlegen’
Hij pakte haar hand en schudde hem plechtig.
‘Maar hij is weg van je’
En dat is, dacht Lisa, het domste wat ze ooit had gehoord. Zo’n lekker ding als Boris viel niet op een boksbal als zij. Punt, einde discussie.
Lisa en Louis hadden een poosje zwijgend naast elkaar gezeten, Louis was op de plek van de chauffeur gaan zitten en keek waakzaam naar buiten.
‘Kan ik weer gaan liggen of moet ik in de stoel blijven zitten? Ik weet niet of hij nog meer wilde ritjes in gedachten heeft.’
Vroeg ze na een poosje. Haar hoofd deed weer meer pijn na de klap die ze net gemaakt hadden.
Louis keek op zij en zag dat ze moe was.
‘Svet, laat de stoel eens zakken alsjeblieft’ z
ei hij en net toen ze dacht dat hij gek geworden was, begon de rugleuning langzaam te zakken tot ze bijna in ligstand was. Ze liet haar spieren te ontspannen en ze zuchtte diep.
Ze ging later wel eens nadenken over een met de stem bestuurbaar voertuig. Haar ogen zakten dicht.
Een zwartharige vrouw spookte door haar hoofd. Wat was daar ook weer mee?
Lisa viel steeds dieper in slaap.
Ze hoorde Boris niet terug komen met een winkelwagen vol met blikje en pakjes. De mannen ruimden samen de spullen op en stouwden ze ze in de kasten, zodat ze niet in het rond konden rollen en stuiteren als ze op ruig terrein zouden rijden.
Voorlopig wilde Boris op de weg blijven om wat sneller op te kunnen schieten.
De eerste honderdvijftig kilometer kwam er geen stad of dorp volgens de kaart, maar dat kon je nooit helemaal zeker weten. Soms ontstonden dorpjes zomaar uit het niets en verdwenen ze soms na verloop van tijd ook weer.
Boris reed naar de benzinepomp en gooide Svet vol met brandstof. Ze had grote tanks en er zat niet veel meer in. Met een beetje omkoperij mocht hij ook de watertanks vullen. Als ze de wildernis in zouden moeten moesten ze wel voorbereid zijn.
Ze gingen op weg naar het noorden. Boris had tegen Svet gezegd dat ze hen naar huis moest brengen en ze had een route uitgezet. Voorlopig keurig over de weg.
Boris zag een apotheek en parkeerde recht voor de deur en ging naar binnen. Na een discussie met de apotheker kwam hij terug met een kleine verbandtrommel, en een voorraad pijnstillers en ontstekingsremmers voor Lisa.
‘Kan jij nog iets bedenken, zijn we nog iets vergeten? Ik zal tegen Victor zeggen dat hij een goede verbandtrommel moet regelen voor Svet, we hebben niet echt veel van dat soort rommel aan boord.’
Boris haalde zijn schouders gelaten op. Hij kon er niet meer van maken.
Wapens en ammunitie was er genoeg. Louis en hij hadden allebei een grote tas vol met van alles en nog wat.
Louis schudde zijn hoofd en maakte het zich gemakkelijk op de bank.
‘Laten we gaan’ zei hij en sloot vermoeid zijn ogen. Boris startte de motor en ze vertrokken.
Lisa werd na een paar uur wakker en merkte dat de wagen niet meer reed. De zon kwam langzaam op en het werd geleidelijk lichter. Svet stond achter een verlaten boerderij geparkeerd. Er zaten geen ramen meer in en een gedeelte van het dak was ingestort. Ze besefte ineens hoe groot Svet was. Ze keek op het dak en niet er tegen aan of eronder. Ze kreeg steeds meer waardering voor het voertuig. Ze vroeg zich af waar de mannen waren. Ze keek om zich heen en had al gauw Louis ontdekt. Hij lag luidruchtig op de bank te snurken. Maar Boris was niet in zicht.
Ze trok de deken van zich af. De gordel was los gemaakt en hing van de stoel af. Ze rekte zich uit en merkte dat het steeds beter ging. Haar ribben waren nog pijnlijk, maar haar rug voelde al beter. Ook de hoofdpijn werd langzamerhand minder.
Ze deed zachtjes de deur open om Louis niet wakker te maken en liet zich uit de wagen zakken.
Voor het eerst in dagen haalde ze weer adem in de frisse buitenlucht.
Ze strekte haar armen boven haar hoofd en maakte zich zo lang mogelijk. Oh dat was lekker voor haar rug. Ze kreunde even wellustig. Achter zich hoorde ze ineens een grom.
Ze draaide zich geschrokken om en verloor prompt haar evenwicht. Ze was een beetje wiebelig na al die dagen in een trein.
Boris stond achter haar en sloeg voorzichtig zijn armen om haar heen. Hij hield haar alleen maar vast, ze merkte dat hij aan haar nek snuffelde. Zijn baard kriebelde.
Ze leunde tegen hem aan met haar hoofd op zijn schouder, dit was fijn.
‘Mm, lekker. Ik vind het fijn dat je niet zo’n klein kaboutertje ben, als de meeste vrouwen. Ik ben altijd bang dat ik ze per ongeluk breek.’ zei hij zachtjes in haar oor.
Hij kuste haar gezwollen wang en knuffelde haar een poosje. Hij zuchtte diep en liet haar los.
‘Daar had ik even behoefte aan, kom laten we Louis uit zijn nest trommelen.’
Hij draaide zich om en opende de deur.
Lisa had geen woord gezegd, ze had het idee dat ze een hele conversatie hadden gevoerd zonder woorden. Dat gevoel had ze wel vaker met Boris.
De volgende twee weken verliepen volgens dezelfde routine. Lisa werd wakker, ging naar buiten. Knuffelde even met Boris, die daar blijkbaar behoefte aan had
‘s ochtends vroeg.
Daarna gingen ze ontbijten en vertrokken voor een rit van tien uur.
Louis sliep soms in de stoel, soms op de vloer en als hij erg onrustig was sliep hij bij Boris onder Svet.
Boris sliep altijd onder de wagen.
De weg was slechts een zandweg, hier en daar aan gestort met grind.
Boris reed langzaam over de grootste hobbels en kuilen om Lisa zoveel mogelijk te sparen, maar ondanks dat was ze ‘s avonds kapot. Ze at en waste zich en ging slapen.
Wat de mannen deden wist ze niet precies.
Ze zag ‘s ochtends vaak de restanten van een kampvuur.
Boris vertelde dat de zandweg de hoofdweg was. Lisa kon zich er niets bij voorstellen dat een land zo leeg kon zijn. Zij kwam uit een overbevolkt landje en je hoorde altijd wel ergens mensen om je heen.
Maar langzaam maar zeker begon ze fysiek te herstellen. Haar hoofd deed alleen nog pijn als ze moe werd. Haar rug deed veel minder zeer en haar ribben heelden.
Emotioneel gezien was het een ander verhaal. Ze begon te dromen. Allerlei beelden kwamen terug in haar slaap als ze kwetsbaar was en angstig.
Maar altijd als ze uit Svet sprong tijdens een nachtmerrie en op de vlucht wilde slaan, stond Boris op haar te wachten en hield haar alleen maar vast. Ze had het gevoel dat ze kon verdwijnen in die grote armen, in die warme omhelzing. Ze voelde zich veilig daar. Het werd snel één van haar favoriete plekken, de fijnste plek ter wereld.
Boris bracht haar weer naar bed als ze gekalmeerd was en stopte haar in. Die man sliep blijkbaar nooit.