Hoofdstuk 1
Hij voelde de hete adem van die wijven in zijn nek.
Waarom stuurden ze ineens iemand naar Siberië, terwijl zijn proef met die route hopeloos mislukt was. Het had zo ideaal geleken, zo afgelegen, zo ver weg van alles, maar de sterfte was te hoog geweest.
Hij kon het zijn mannen niet aan hun verstand peuteren dat die vrouwen veel geld waard waren en dat ze niet de hele tijd verkracht en mishandeld moesten worden, maar goed verzorgt in dat barre klimaat.
Het had niet geholpen. Tachtig procent was niet aangekomen en begraven in de Siberische bossen. De weg van beenderen hadden ze wel heel letterlijk genomen.
Zonde, want er hadden knappe vrouwen tussen gezeten.
Hij dacht dat hij die sporen goed had uitgewist, maar nu snuffelde de honden aan dat spoor. Hij was er niet op gesteld dat mensen zoals die Rus hem op het spoor waren.
Die wijven van Safe Haven waren veel te slim en goed beveiligd.
Daar kwam je niet zomaar binnen.
Gelukkig had hij een mol en had hij inzicht wat ze deden op kantoor daar.
Misschien kon één van twee vrouwen die hij daar had de boel een beetje beïnvloeden en die lui een andere kant opleiden.
Hij wist niet zeker of ze hem al in het vizier hadden, maar lang kon dat niet meer duren. Jammer dat die vrouwen geen moordenaars waren. Hij moest Leblanc bellen, eens kijken wat hij voor invloed kon uitoefenen.
Ivan keek langs zijn trein. Hier werkte hij de komende twaalf uur. Ook had hij nog een klusje te doen voor een oude maat van hem. Zijn voertuig stond eindelijk op juiste trein, na een eindeloze omweg.
Het was best iets bijzonders dat voertuig, het was ontworpen om in het ruigste terrein te rijden. Ook was het een amfibievoertuig en zat tot slot vol met elektronische gadgets. Er was geen goede naam voor het voertuig. ATV, All Terrain Vehicle, zou kloppen, maar dan wel in de breedste zin van het woord.
Ivan wist niet precies wat het voertuig allemaal kon, maar hij wist wel dat Victor er heel erg zuinig op was.
Er was iets met de computer geweest en het was naar de maker geweest in Londen, maar tijdens de terugreis was het mis gegaan.
De wagen was in Rotterdam terecht gekomen en niet op weg naar Rusland, wat de uiteindelijke bestemming was. Maar nu was het eindelijk gekoppeld aan de juiste trein. Victor had gevraagd of Ivan de wagen wilde controleren of alles nog in orde was.
Dat was vanzelfsprekend. Ivan en Victor hadden samen veel meegemaakt en waren al jaren vrienden.
Ivan had nog even de tijd, de trein zou niet zonder hem vertrekken.
Hij grinnikte zachtjes. Natuurlijk zouden ze niet vertrekken, hij was de machinist.
Hij liep helemaal naar de laatste wagon, waar Victors wagen stond en klom erop. Hij liep er bewonderend omheen. Het was toch wel een hoogstandje van vernuft, dacht hij.
De grote wielen met het grove profiel zagen er intimiderend uit. De zwarte dubbele rolbeugels over het dak met de zwart gespoten schijnwerpers zagen er goed uit. De ramen van het woongedeelte waren donker getint, de voorkant niet. Door het matte zwart waar in de wagen gespoten was, zag je hem bijna niet staan.
Tot zijn grote schrik zag hij ineens iemand zitten in de passagiersstoel.
Hij keek door het raam naar binnen. Het was een vrouw en ze was blijkbaar in slaap gevallen. Dat dacht hij tenminste, want hij kon niet zien of haar ogen open waren.
Zo dik waren ze. Hij vroeg zich af of ze nog wel leefde. Wat zag ze eruit. Ze was bont en blauw. Alles in haar gezicht was dik en gezwollen.
Ivan pakte zijn telefoon en belde Victor.
‘Hee, man’ zei Victor.
‘Je hebt een passagier in je wagen, een vrouw, volledig in elkaar gemept. Ze heeft me nog niet ontdekt.’ Ivan sprak snel en zacht.
Victor zweeg even om het nieuws tot zich door te laten dringen. Dat had hij niet verwacht, maar hij vond het ook wel intrigerend. Het alarm was afgegaan uren ervoor en hij had zich zorgen gemaakt. De camera had geen beeld gegeven, zodat hij niet kon zien wat er aan de hand was. Daarom had hij Victor er op af gestuurd.
‘Tja, ik haal haar wel af, als de trein is aangekomen. Zorg een beetje voor haar, wil je?’
Victor snoof luidruchtig door zijn neus
‘Ze is toch niet gevaarlijk voor me?
Ivan lachte hardop en de vrouw bewoog onrustig.
‘Nee, ik denk niet dat ze goed kan bewegen, als ze onder haar kleren net zo blauw is als haar gezicht. Ik regel wel wat’
Victor hing op zonder nog wat te zeggen.
Peinzend trok Ivan aan zijn lip. Hij keek nog eens naar haar.
Pijnstillers zette hij in gedachte op zijn lijstje. Muts, dikke jas, brood, hij keek nog eens en maakte van het brood, dikke soep. Kauwen zou pijnlijk zijn. Hete thee, met veel suiker. Hij knikte bedachtzaam. Hij moest even een vriendinnetje bellen. Het kwam wel goed.
Lisa was wakker geworden met het gevoel dat er naar haar gekeken werd, maar er was niemand. Ze controleerde de deuren, ze zaten op slot. Ze kroop weer op de bank en strekte zich voorzichtig uit. Het was niet heel verstandig geweest om in de stoel in slaap te vallen. Langzaam ontspande ze haar spieren en liet zich weer door het geratel van de trein in slaap sussen.
Ze werd wakker van de trein die abrupt remde.
Ze stopten bij een klein station, een man kwam naar achteren rennen en Lisa dook onder de dekens. De deur van de wagen ging open en een mand werd naar binnen geschoven. De deur sloot weer en en ze hoorde het slot klikken. Ze snapte er geen barst van, de deur zat toch op slot?
De trein begon weer te rijden en Lisa scharrelde naar voren, waar de mand stond.
Ze vond een opgevouwen, dikke herenjas, een zwarte muts, een thermosfles met hete zoete thee, een thermosfles met soep en een klein donkerbruin brood in de mand. Op slag begon haar maag te rommelen. Ze zocht rond in de kleine keuken en vond een grote mok en een lepel. Ze goot wat soep in de mok en brokkelde er wat brood in. Dat liet ze even weken. Ze schonk thee in de dop van de thermosfles. De dop van de andere fles ontbrak. Genietend nam ze een klein slokje thee.
Na de thee opgedronken te hebben at ze langzaam wat van de soep. Eten en drinken was een pijnlijke aangelegenheid moest ze toegeven.
Ze zette de soep opzij om nog even verder af te koelen. Ze pakte de muts en bekeek het een beetje nauwkeuriger. In de muts zat een doosje met tabletten. Er stond wat op, maar dat kon ze niet lezen. Ze bekeek het doosje beter en op de achterkant stond ook nog in verschillende andere talen wat de inhoud was. Onschuldig, gewoon paracetamol.
Ineens stond haar hart bijna stil van schrik. Iemand wist dat ze hier was.
Hoezo een duf hoofd, het drong nu pas tot haar door.
Maar, niemand had de politie op haar afgestuurd, ze had een paar grenzen overgestoken, klaarblijkelijk, want ze kon ook de namen op de stations niet lezen.
Ze hadden eten en kleding naar haar gebracht. Dan konden ze het toch niet al te slecht met haar voor hebben?
Ze haalde in gedachten haar schouders op. Nu ze erover nadacht kon het haar eigenlijk weinig schelen. Haar hoofd deed pijn en de rest van haar lijf ook. Ze nam twee pillen en slikte ze in met een hap soep. Ze at de rest ook op en ging weer op de bank liggen en viel al snel weer in slaap.
Victor liep een beetje rusteloos door zijn huis. Het was een typische Russische boerderij. Laag dak. Kleine kamers. Grote houtkachel.
Hij dacht na over zijn onverwachte passagier in Svet. Hij noemde zijn bijzondere wagen altijd Svet. De wagen was ontworpen door zijn vrouw Svetlana.
Ze was ingenieur geweest en was gefascineerd door wagens die ieder terrein aan konden en haar laatste versie van de wagen kon dat ook. Ze waren samen eens van een berg gerold en Svet had keurig gestabiliseerd en was op haar wielen geland.
Maar sinds Svetlana was overleden was er niets dan ellende met de computer van de wagen. Het voertuig besliste eigenzinnig over wie de deur open mocht doen, wie er in mocht rijden en welke route gevolgd moest worden. Victor dacht wel eens dat de wagen bezeten was door zijn overleden vrouw. Nou, dan had zij de illegale passagier toegelaten.
Victor lachte hardop. Svetlana, hij miste haar iedere dag.
Svet stond voor de een of andere ingewikkelde afkorting die Svetlana had verzonnen, maar Victor dacht dat ze de wagen gewoon naar zichzelf had genoemd.
Zij telefoon ging over, onbekend nummer.
‘Hee, man ‘ zei Victor, een beetje benieuwd wie belde.
‘Hee, man ‘ zei Boris, ‘Met mij, hoe gaat het?’
‘Oude vriend, het gaat goed. Wat kan ik voor je doen? Victor was verheugd wat van zijn vriend te horen, het laatste wat hij wist was dat Boris naar Amerika verhuist was.
‘Ik heb je hulp nodig, mag ik bij je langs komen? Boris klonk vrolijk, alsof ze een afspraak maakten om naar de kroeg te gaan.
‘Ja, dat mag, maar kan je dan onderweg een pakketje voor me ophalen, die weet me wel te vinden. Ik zal je uitleggen hoe en waar.’
Boris lachte hardop.
‘Nog altijd dezelfde, oude vriend. Sommige dingen veranderen niet.’
Nee, sommige dingen veranderen niet’ zuchtte Viktor.
De trein bleef maar rijden en stopten af en toe bij een station in de leegte.
Bossen, bergen en meren. Af en toe een brug over een rivier. Maar weinig mensen en huizen.
Er was hier helemaal niets. Lisa vroeg zich bezorgd af waar ze terecht zou komen. Uitstappen had geen zin. Er was hier niets. Helemaal niets. Ze had een toilet ontdekt in de camper en daar had ze dankbaar gebruik van gemaakt.
Ze was opgelucht dat ze kon plassen, dan waren haar nieren niet al te beschadigt geraakt.
Ze had wat gepoedeld aan de wasbak, de watertank was blijkbaar gevuld.
Er was sneeuw gevallen. Lisa had wat sneeuw van het dak geveegd, in de sluier gedaan en dat gebruikt als kompres voor haar gezwollen ogen en neus. Het leek te helpen. Ze kon haar ogen wat beter openen en haar neus leek wat minder verstopt.
Langzamerhand begon ze zich een beetje te vervelen. Ze keek naar buiten, de bergen leken hoger te worden. Op een groter station werd er een remwagen achter haar wagon gehangen. De hellingen werden waarschijnlijk steiler.
De man die uit de remwagen stapte was een reus van een vent. Gespierd was het juiste woord om hem te beschrijven.
Blond haar dat alle kanten opstond, ruige blonde baard. Prominente neus. Zwarte jas, zwarte cargobroek, met volle uitpuilende zakken en zwarte werklaarzen.
Hij had over ieder schouder een rugzak en een grote tas in zijn hand. De tassen gooide hij op de grond bij haar wagon. Een intimiderende figuur met brede schouders.
Lisa had hem stiekem begluurd vanuit het woongedeelte, ervan uitgaande dat hij haar niet kon zien door die getinte ramen. Ze vond het een knappe vent, maar als die man je een klap gaf, was je waarschijnlijk op slag dood. Ze werd een beetje onrustig van die gedachte.
Er voegde zich een kleiner man bij hem, hij had een zwart ringbaardje en kort zwart haar. Hij droeg een fluorescerende gele jas. Ook hij droeg een rugzak en een grote tas.
De blonde reus beende naar haar wagon. Hij klom erop en zei tegen de wagen.
‘Vooruit Svet, laat me erin, ik moet op jullie passen’
De wagen klikte open, de man stapte in en liet zich achter het stuur zakken.
Ze staarden elkaar even aan en hij stak zijn hand uit, pakte de hand van Lisa, hij trok haar overeind en dirigeerde haar naar de passagiersstoel. Ze ging verbouwereerd zitten.
‘Boris, en jij bent?’ Hij sprak Russisch, zijn stem was warm en niet bedreigend.
Lisa keek hem vragend aan. Moest ze zich voorstellen? Het leek er wel op. Hij had nog steeds haar hand vast en schudde die vastbesloten.
‘Lisa, spreek je Engels?
‘Natuurlijk’ grinnikte Boris. ‘Wil je me vertellen wat je in Victors wagen doet?
Lisa zuchtte zo diep als haar lijf toeliet, nu zou ze uit de wagen gezet worden midden in nergens, in het allerbeste geval. Misschien zou ze wel in een werkkamp terecht komen?
Of hadden ze die nu niet meer? Lisa was in de war en raakte langzamerhand in paniek.
Ze keek wanhopig om zich heen op zoek naar een ontsnappingsroute.
‘Geen reden om in paniek te raken’ zei Boris met zijn warme stem ‘als je gewoon verteld wat er met je gebeurd is en waarom je hier bent, zal ik je zo goed als ik kan helpen en gaat er niets slechts meer met je gebeuren.’
Lisa wist niet zo goed waarom, maar ze geloofde hem.
Ze keek in zijn bruine ogen en ze was verloren. Ze waren warm en begrijpend.
Deze man had al veel gezien, dat merkte ze wel.
Ze vertelde hem uitgebreid wat haar allemaal was overkomen. Boris knikte begripvol en vroeg haar volledige naam.
‘Zij bestaat niet meer’ Lisa slikte zenuwachtig. ‘Ik wil je het liever niet vertellen’ Boris knikte weer.
‘Maar als je hulp wil, moet je me dat wel vertellen. Ik moet zeker weten dat je geen ontsnapte seriemoordenaar bent of zo.’
Tot haar eigen verrassing schoot ze een soort van in de lach. Lachen voelde zo wie zo vreemd, maar met haar gezwollen gezicht werd het helemaal een merkwaardige ervaring.
Ze legde haar handen om haar wangen heen.
‘Louise Magdalena De Wit-Brandenburg’
Lisa zuchtte.
‘Ik wil die naam nooit meer horen. De Wit is mijn man. Rudolf de Wit. Dominee.’ ze rilde van afschuw.
Boris typte een bericht op zijn telefoon.
Na zijn tijd in Amsterdam sprak hij geen Nederlands, maar hij had een behoorlijk inzicht gekregen in hoe je de namen schreef. Hij verstond de taal uitstekend.
Mariah kon haar natrekken en dan wisten ze meteen wat voor vlees hij in zijn kuip had.
Victor had zijn geheimen al moeten prijsgeven, al was hij zich daar niet van bewust. Mariah deelde die kennis niet, maar gaf een oké of een waarschuwing.
Safe Haven had de oorlog verklaard aan de georganiseerde misdaad, ook al waren ze zelf ook niet helemaal schoon. Ze waren geen heiligen.
Het was ook de reden waarom Boris in Siberië was. Ze waren op het spoor van een groot netwerk die mensen verhandelde.
In San Francisco hadden ze het netwerk opgerold en een behoorlijk aantal vrouwen en kinderen weten te bevrijden. Maar de hoofdaders liepen nog vrij rond. Ze hadden over het algemeen nogal wat politici en agenten in hun zak, dus er gebeurde te weinig om ze te pakken te krijgen. Tijdens het oprollen van de bende in San Francisco hadden ze een spoor gevonden van een smokkelroute van mensen en drugs. Een smokkelroute dwars door Rusland en Siberië.
Boris vroeg zich af of hij die kennis met Lisa moest delen, maar hij besloot te wachten op het rapport van Mariah. Beter geen slapende honden wakker maken.
‘Ik heb best wel een rare vraag’ begon Lisa aarzelend ‘maar kun je me vertellen waar ik ben, ik heb een stukje gemist, geloof ik’
‘Je bent in Siberië , achtduizend kilometer van Moskou.’ Boris bekeek haar zorgvuldig. Ze knipperde verbaasd met haar ogen en mompelde voor zich uit, ‘Achtduizend. Wow.’
Ze zuchtte, ze had een heel stuk gemist.
Hij zag dat Lisa moe begon te worden en hij wilde eerst nog voor haar zorgen zo dat ze zich wat beter zou voelen voordat hij haar in bed zou stoppen.
Hij moest ook bepalen hoe zwaar ze gewond was en of ze een dokter nodig had.
Hij kwam overeind en Lisa kromp ineen.
Boris vertraagde en probeerde niet bedreigend over te komen, wat nog niet mee viel met zo’n groot lichaam.
Hij liep naar het woongedeelte en begon een luik in de vloer naar beneden te duwen, het ontvouwde zich tot een douchebak. Hij trok wanden uit de muur en vormde zo een cabine. Uit een kast pakte hij een douchekop met slang en sloot het aan. Lisa zat het met open mond aan te kijken. In een vloek en een zucht had Boris een douchegelegenheid gemaakt.
Dit was werkelijk een wonderbaarlijk vervoermiddel.
Boris draaide zich naar haar om en wenkte haar te komen.
‘Ik zal je helpen uit te kleden, dan kun je even lekker douchen, het moet wel snel, we hebben niet heel veel water.’ Hij pakte de mouw van haar shirt en begon haar arm eruit te werken. Ze wilde protesteren, maar ze wist heel goed dat het haar zelf nooit zou lukken om haar kleren uit te krijgen. Ze schaamde zich voor haar verwondingen. Het zou een mooi beeld zijn met een lijf als het hare. Een afgeranseld werkpaard.
Boris trok haar kleren uit en zette de douche aan. Ze stapte eronder. Het water was lekker warm. Ze waste snel haar haar met de shampoo die Boris uit een kastje pakte. Daarna gaf hij haar zeep aan om haar lijf te wassen. Hij grinnikte ‘Helaas geen washand’
‘Het gaat wel’ mompelde ze verontrust door het gebrek aan privacy. Ze draaide Boris de rug toe. Hij hield sissend zijn adem in toen hij haar rug zag. De voorkant was niet fraai geweest met al die blauwe plekken op haar buik en borsten, maar haar rug was verschrikkelijk.
Over haar ribben zag je de voetafdruk van een schoen. Je kon het profiel van de zool zien. De hak was duidelijk uitgelijnd. Onder de ribbenboog zaten donkerblauwe tot zwarte plekken waar haar nieren zaten. Er was geen plekje op haar lichaam te zien waar geen blauwe plekken en schrammen waren. Haar benen zat vol met wat er uit zag als schoenafdrukken.
Ze moest verrekken van de pijn, realiseerde Boris zich. Hij pakte zijn telefoon en maakte snel een paar foto’s van haar rug en zijde. Ze was werkelijk bont en blauw.
Ze zette de douche uit en Boris sloeg een handdoek om haar heen. Ze droogde zich langzaam af en ging uitgeput op de bank zitten. De remmen sisten en de trein begon te rijden. Boris sprintte naar buiten. Hij sprong van de wagon af, greep twee rugzakken en zijn grote tas, gooide die op de wagon en hees zichzelf met een grote zwaai weer aan boord.
Hij gooide de tassen naar binnen en kwam er zelf achteraan. Hij deed de deur op slot.
Hij pakte een rugzak en kwam het woongedeelte weer binnen.
‘Bijna de tassen vergeten’ grijnsde hij.
Lisa was niet bijster geïnteresseerd, ze was moe, haar lijf en hoofd deed pijn en ze wilde het liefst gaan liggen. Maar ze was naakt onder de handdoek en ze moest haar vuile kleren weer aan doen. Het was beter geweest om niet te gaan douchen. Nu voelde haar kleding nog veel goorder.
‘Deze is voor jou’ zei Boris en groef rond in de rugzak en haalde er een hoodie uit met een capuchon. Een zachte trainingsbroek, een onderbroek en een paar sokken.
Hij hielp haar in de onderbroek. Hij hield de broek voor haar op en hielp met haar benen in de broekspijp doen. Hij hielp haar overeind en trok de broek omhoog. Daarna trok hij de trui over haar hoofd en leidde haar armen door de mouwen. Als laatste knielde hij voor haar neer en trok een paar warme sokken over haar voeten. Hij pakte een paar pijnstillers en een beker water. Hij gaf het aan haar en ze nam ze zonder vragen in. Ze had het punt bereikt dat het haar niet veel meer kon schelen, alles, maar dan ook alles deed zeer.
Boris hielp haar liggen en begon haar zorgzaam in te stoppen. Ze kreeg een kus op haar wang toen hij klaar was. Ze werd er een beetje emotioneel van, ze kon zich niet herinneren wanneer iemand voor het laatst voor haar gezorgd had. Ze sloot haar ogen en viel vrijwel meteen in slaap. Boris keek hoofdschuddend toe. Hij zuchtte diep en begon de rommel op te ruimen. Hij moest nodig Victor bijpraten.
Na een uur of twee maakt Boris Lisa wakker en gaf haar een beker soep. Hij had wat brood in de soep geweekt en ze slurpte het naar binnen. Hij gaf haar een fles met water en hielp haar daarna naar het toilet. Hij stopte haar weer in en ze viel onmiddellijk in slaap.
Ze hadden geen woord gewisseld, maar leken als een oud stel op elkaar ingespeeld. Boris moest er binnensmonds om grinniken.
Vond hij een vrouw die hem fascineerde, was ze getrouwd, bont en blauw geslagen door haar echtgenoot en te zwaar gewond om bang voor hem te zijn. Dat had hij weer.
Hij moest haar maar uit zijn hoofd zetten. Voorlopig.
Louis, die op wacht had gezeten in de remwagen, kwam over klimmen en klopte op de deur. Boris deed de deur van slot en Louis gleed in de passagiersstoel.
‘Ik ben gebeld door Ivan, er staat een comité op de plek van aankomst, hij adviseert ons dringend om eerder de trein te verlaten’ en hij noemde de naam van een klein station. Victor had vijanden, die heel graag wilden weten waar hij woonde.
Boris had er wel een beetje op gerekend dat ze dwars door de wildernis zouden moeten, maar dat zou voor Lisa bijzonder onprettig worden. Hij gromde diep in zijn keel. Een geluid dat zijn tegenstanders doodsangst zou aanjagen.
‘Oké, haal je spullen, laten we de wagen klaar maken. We moeten nog wat voorraad inslaan, laten we dat ook incalculeren.’ gromde hij.
Louis knikte en vertrok om zijn spullen te gaan halen uit de remwagen.