Hoofdstuk 11

 

Verdomme, ze waren verdwenen, zomaar van de trein weg. Zo waren ze er nog, zo waren ze weg. In de nacht verdwenen. Die stomme zoon van hem nam nog steeds zijn telefoon niet op. Ze zaten op dezelfde trein en hij wist het niet. Nu was het te laat. Ze waren weg. Zijn informant was onbereikbaar. De familie was verhuist en hij wist nog niet waarheen. Maar ze zou wel bellen, als ze weer geld nodig had. Als hij klaar was met haar, zou hij haar neuken en dan verkopen. Dat leek hem wel een rechtvaardige straf voor het verraad wat ze had gepleegd. Vrouwen waren waardeloze wezens, maar goed voor één ding. Precies.

 

Boris en Lisa zaten nog drie dagen op de trein. Lisa werd steeds nerveuzer van het idee dat Rudolf zo dicht bij was. Iedere keer als ze naar de passagierswagon keek, liep er een rilling over haar rug. Ineens was Boris het zat.

‘We gaan zo snel mogelijk van de trein, ik zal het regelen met Ivan. Ik kan het gestress van jou niet meer aanzien’

Boris keek met een grote frons naar de passagierswagon.

Lisa schrok van de boze blik en begon nog harder te trillen. Ze was letterlijk met stomheid geslagen en kon geen woord uitbrengen. Ze keek overal heen, behalve naar Boris.

Ergens in haar achterhoofd verwachtte ze een klap van hem, omdat hij boos was op haar en gefrustreerd.

Ze boog haar hoofd en dook een beetje in elkaar. Ze maakte zich klein.

Boris keek naar haar, een weerwoord verwachtend en zag haar hele houding, alsof ze in de stoel wilde verdwijnen.

‘Ach, Jezus’ zei hij geschrokken ‘ik ga je niets doen, behalve knuffelen. Ik bedoel letterlijk dat ik het niet meer kan aanzien. Iedere keer dat je in elkaar krimpt omdat je naar die trein kijkt of voor mij omdat ik mopper, wil ik die coupe binnen rennen en die man de hersens in slaan.’

Hij pakte haar beet en rok haar in een stevige omhelzing. Hij hield haar vast totdat ze ontspande.

‘Ik ben niet boos op jou, ik ben boos op hem.’ verklaarde hij zachtjes. Hij zuchtte diep. Het zou nog lang duren voordat hij gewoon boos kon worden en Lisa niet in elkaar zou krimpen. Hij moest geduld leren hebben, uiteindelijk was ze nog maar een paar weken weg bij Rudolf, moest je zien hoe ver ze al gekomen was.

‘Het spijt me' zei Lisa kleintjes, eindelijk haar stem vindend.

‘Er is niets waar je spijt van moet hebben, op dit moment’ bromde Boris ‘we verlaten de trein en gaan verder rijden, dan kan ik je schietles geven. Ik hoop dat Bo nog in Roemenië is, als we aankomen, dan kan zij je les geven in zelfverdediging zonder wapens. Er is geen vent die haar aankan.’

‘Ook jij niet? vroeg Lisa verbaasd

‘Ze had me in dertig seconden tegen de vloer gewerkt, de eerste keer. Tegenwoordig haal ik wel een minuut of twee. Het is alsof je probeert te boksen met een nijdige wesp. Je kan veel van haar leren.’ Boris grinnikte en Lisa gaf hem een ongelovige blik.

 

Boris had met Ivan geregeld dat de wagon werd afgehaakt op het eerste station, waar een rangeerterrein was. Daar was een grote houtkap en die bomen werden per trein verstuurd. Op die manier zou het lijken alsof er een voertuig voor de houthakkers werd afgeleverd.

Ze werden op een zij rails gemanoeuvreerd. De rest van de wagons werden aangehaakt. Een nieuwe ploeg stapte op de trein en de boel vertrok. Het hele verhaal had maar twee uur geduurd.

Toen het eenmaal donker werd kwam een vriend en collega van Ivan met twee zware planken en begon de zijkanten weg te halen. De planken werden op hun plek gelegd en Boris begon langzaam Svet er van af te manoeuvreren. Hij boog zich even uit de deur om met de man te praten en die wees naar een grote schuur.

‘Blijf jij maar uit het zicht, je weet maar nooit. Ik ga de watertank en brandstoftank even vullen en ik kijk wat ik nog aan voorraad kan vinden. Ik doe alsof ik alleen ben.’

Hij gaf haar een snelle kus en reed richting de grote schuur die de man had aangewezen. Lisa ging op het bed liggen en dook onder de deken. Ze hield de zwarte muts op en was in het donker amper zichtbaar. Boris reed achteruit de schuur in en stapte uit.

‘Op slot, alleen openen voor Boris.’ ze sprak zacht, ze had geen idee of het zou werken, maar ze had veel vertrouwen in Svet. De sloten klikten dicht.

Ze haalde opgelucht adem. Ergens zou het fijn zijn als ze eens niet in een vijandige omgeving zouden zijn. Iemand probeerde de deur open te doen, maar de deur bleef potdicht.

Boris was al snel weer terug. Hij startte de motor en reed weg.

‘Nieuwsgierig mannetje, wilde alles weten, ik heb hem allemaal onzin verteld, hij wilde ook veel te veel geld hebben voor diesel en water. De tanks zijn nog niet zo leeg. Dus ben ik maar vertrokken. Ik zal Ivan waarschuwen voor zijn vriend. Hij is tegenwoordig duidelijk te koop. Misschien is het wel goed dat we zo onverwachts de trein verlaten hebben. Hij grinnikte vermaakt. ‘Nieuwe route, Svet’ Hij noemde de naam van het dorpje.

‘Victor is daar, hij wacht op jou’ De route kwam al snel op het scherm, alles ging over de weg. Boris bestudeerde de kaart.

‘Wegblijven bij de dorpen en de eerste vijftig kilometer zoveel mogelijk off road.’

Een nieuwe route verscheen. Het volgde twee kilometer de hoofdweg en boog toen af. Boris volgde de route en ze waren weer op weg. Buiten het dorp ging Lisa weer in de passagiersstoel zitten. Boris liet de ramen verduisterd totdat ze ver buiten bewoond gebied waren.

 

Ze reden een paar uur totdat ze een geschikte plek vonden om te overnachten, redelijk dicht bij de houthakkersweg, maar in een dicht bosje, waar de zwarte Svet niet opviel.

Lisa viel al snel in slaap, maar Boris was alert. Hij dommelde wat, maar viel niet diep in slaap. Met het eerste licht startte hij de wagen en ze reden weer door. Lisa zat met een slaperig hoofd en in een deken gewikkeld in de stoel naast hem en was niet echt wakker.

‘Ik heb een voorgevoel, dus we vertrekken eerst, ontbijten straks.’ hij keek schuin naar Lisa.

‘Luister je altijd naar je voorgevoel? vroeg ze met een krakende stem, ze moest nodig wat drinken.

‘Altijd, het heeft me te vaak het leven gered om het nu te negeren.’

Svet leidde de route van de weg af en over een vrij vlakke rotsige helling, zonder begroeiing. Boris vond het onprettig om zo onbeschut te rijden, zonder een kans om zich te verbergen in de begroeiing. Het was nog steeds vrij donker en ze staken de helling snel over, waar weer een dicht bos begon. Svet leidde ze een beekje in en ze begonnen gestaag te klimmen. Ze waren net tussen de bomen verdwenen, toen ze in de verte een helikopter hoorden. Meteen zette Boris de motor af en ze reden verder op de elektromotor. Boris hoopte dat de uitlaten snel zouden afkoelen. Hij kon er maar beter van uitgaan dat ze een warmtecamera aan boord zouden hebben. De helikopter cirkelde rond, maar kwam niet een keer dicht bij. Of ze konden hen niet vinden, of ze werden niet gezocht en die helikopter was iets anders aan het doen. Boris geloofde niet in toeval. Die heli was daar voor hen.

Toen ze eenmaal over het hoogste punt heen waren, startte Boris de diesel weer. De kachel ging weer aan en ze haalden allebei weer wat makkelijker adem. Het bleef spannend.

 

‘Misschien moeten we een beetje doorrijden en om de beurt slapen’ zei Lisa. Het was wel ongezellig en zo kwam ze ook niet aan schietlessen toe, maar blijkbaar werden ze achtervolgd door iemand die hardnekkig volhield.

‘Voorlopig misschien beter, maar ik lig ook graag tegen je aan en dat laat ik me niet zomaar afpakken’ Boris klonk nogal fanatiek, Lisa grinnikte.

Ze kroop uit haar stoel en begon zich in de hotsende wagen aan te kleden. Na drie keer omgevallen te zijn, bleef ze op de grond liggen en wurmde zich in haar kleding. Het deed pijn aan haar ribben, maar ze wilde zich nergens meer door laten tegen houden.

Er slingerde veel te veel spullen los rond en ze begon het op te rapen van de grond waar alles wat niet vast stond uiteindelijk belandde. Ze probeerde een paar boterhammen te smeren en had bewondering voor de keren dat ze het Spike zag doen onder het rijden.

Het beleg zat overal, behalve op het brood. Ze moest lachen toen ze het resultaat zag. Hoofdschuddend bracht ze Boris zijn brood en grijnsde naar hem, toen hij haar vol verbazing bekeek.

‘Die grote kei van daarnet’ zei ze grijnzend. Boris propte de hele boterham in zijn mond en schudde zijn hoofd.

Hij mompelde wat binnensmonds en grijnsde wat voor zich uit. Ze dacht dat ze hem had horen zeggen dat hij haar wel schoon zou likken. Ze grinnikte bij het idee.

 

Na een paar uur gereden te hebben, begon het te sneeuwen, Boris keek bezorgt naar de lucht en gaf Svet instructies om een veilige plek te vinden voor een sneeuwstorm.

Hij maakte zich zorgen.

Svet kon een pak sneeuw makkelijk hebben, maar ze zouden erg zichtbaar zijn in de witte sneeuw. Het was nog redelijk vroeg in het jaar, de kans dat de sneeuw nog zou wegsmelten was groot, maar dat zou resulteren in een heleboel bagger.

Hoe dan ook, de sneeuw viel en ze moesten een veilige plek vinden om de sneeuw af te wachten en de nacht door te brengen.

Svet bleef verdacht lang nadenken over een plek, dat wilde volgens Boris zeggen dat die niet in de buurt was. Hij zag een overhangende rots en parkeerde Svet achteruit eronder. Van bovenaf konden ze niet gezien worden en van voor of achter verdwenen ze in de schaduw van de rots. De sneeuw viel met dikke vlokken en het zicht was nul.

‘Zo moet het maar’ zei Boris. Hij stond op van de achter het stuur en rekte zijn rug. ‘Wat wil je eten? Ik sterf van de honger.’ Hij gaf Lisa een kus en liep naar het kleine keukenblokje. Dat werd nog kleiner als hij er naast stond. Hij kon goed uit de voeten met koken en alle andere huishoudelijke klussen. Hij was redelijk netjes van aard en ruimde over het algemeen meteen zijn rommel op.

Na het eten belde hij Victor en daarna Mariah om ze op de hoogte te brengen van de achtervolgers en de sneeuw, die nu in grote hoeveelheden viel.

‘Morgen gaan we een duidelijk spoor achterlaten in de sneeuw’ zei Lisa bedachtzaam, ‘makkelijk te zien vanuit een helikopter.’

Boris knikte, hij was het volkomen met haar eens.

‘We kunnen er niet veel aan doen’ zuchtte hij. ‘Hopen op regen?, dan wordt het wel een grote glijpartij in de blubber. Hij haalde zijn schouders op. ‘Het komt zoals het komt. Het heeft geen zin om er wakker van te liggen. Hij likte zijn lippen.

‘Wil je afgeleid worden? Zal ik je een beetje afleiden?’ Hij grijnsde vermaakt naar haar. Lisa klom op zijn schoot en kuste zijn wang.

‘Heb je een voorstel? Een spelletje kaart bijvoorbeeld?’

Ze lachte zachtjes.

‘Oh, maak je niet ongerust, ik heb ideeën en plannen genoeg’ Boris kuste haar vol passie.

 

Een paar uur later lag Lisa heerlijk te slapen. Boris zat in de bestuurders stoel en was onrustig. Het sneeuwde niet meer en de maan scheen bijna alsof het dag was. Het licht schitterde over de sneeuw. Het leek wel dag, zo licht was het.

Hij had buiten geluisterd of hij geluiden hoorde die niet op een berg thuis hoorde, maar hij hoorde niets. De rillingen liepen steeds harder over zijn rug.

Van Anders had hij gehoord dat het Leblanc was die achter hen aanzat en dat het Brown was die de jagers aanvoerden.

Hij zuchtte en verzocht Svet zich klaar te maken voor vertrek, zachtjes en onzichtbaar.

De passagiersstoel werd in slaapstand gezet en Boris legde Lisa er voorzichtig in. Hij sloot de gordels om haar heen en dekte haar weer warm toe met een deken. Ze sliep overal doorheen.

Ze vertrokken stilletjes en Boris keek bezorgt naar het spoor wat ze achter lieten. De route die Svet had afgezet liep tussen grote rotsen door naar een riviertje. Ze volgden het stroomafwaarts. Boris hoopte maar dat die rotsen en het kabbelende water de sporen zouden verbergen. Een paar kilometer verderop stroomde het riviertje in een meertje. Svet had geen enkel moeite met het meertje en maalde zich er gewoon doorheen. Het riviertje ging verderop weer verder en Svet gaf aan dat het gevolgd kon worden. Lisa pitte overal doorheen.

Boris keek even naar haar en lachte tevreden. Ze knapte steeds verder op en het ging best goed met haar. Ze was een sterke vrouw, ze was er alleen niet zelf van overtuigd. Ze zou het wel leren, daar was hij zeker van.

Lisa werd na een paar uur langzaam wakker en keek verbaasd om zich heen. Het landschap was totaal veranderd. De hoge bergen lagen achter hen en voor hen uit was een bochtige smalle weg. Hoge bomen omzoomde de weg en de regen kletterde gestadig neer. Er was geen sneeuw meer te bekennen. De weg was een blubberige bende.

‘Je bent wakker, dat komt goed uit. Wil jij straks een stukje rijden? Ik ben een beetje moe.’ Boris zag er ook moe uit. Zo te zien hadden ze een enorm stuk afgelegd die nacht.

‘Hoelang rijdt je al?’vroeg ze verbaasd met een krakende stem ’ Waar zijn we?’

‘We zijn bijna aan de zwarte zee. Svet heeft de route verlegd, we volgen een iets minder voor de hand liggende weg, hoop ik. Ik heb de heli niet meer gehoord of gezien en de regen heeft de sporen uitgewist. Ik denk dat we wel op de weg kunnen blijven. We moeten tanken, als het even kan.’ Hij zuchtte diep.

Lisa worstelde zich uit de deken en de gordels en begon zich snel aan te kleden. joggingbroek, shirt, trui en dikke sokken. Al haar ondergoed was vuil, dus dat liet ze maar zo. Niet comfortabel, maar te doen.

Boris grijnsde naar haar. Hij had de wagen gestopt en genoot van de show. Ze grijnsde naar hem terug en pakte snel wat te eten uit de keuken en maakte koffie. Zonder koffie zou ze een afgrond inrijden. Boris pakte haar beet en gaf haar een knuffel. Hij beet een stuk uit haar broodje en fronste toen hij het oude brood proefde. Lisa haalde haar schouders op. Het was niet anders. Ze gaf hem zijn eigen brood en at snel verder. Binnen vijf minuten reden ze weer verder. Ze raakten aardig op elkaar ingespeeld.