Hoofdstuk 12

 

 

Hebbes, hij wist nu precies waar ze waren en waar ze over een paar uur zouden zijn.

Hij zou er voor zorgen dat Brown nu eindelijk leverde.

Hij leek zo vol belofte in de VS, maar uiteindelijk was het allemaal erg tegen gevallen. Eerst alle problemen met de motorbende en de handelswaar en daarna het verlies van allebei. Die hele route was lamgelegd en dat was slecht voor de zaken.

Maar nu, een waardevol vehikel en twee waardevolle slaven. De zon ging weer schijnen en de financiën floreerden weer. Het leven was goed.

 

Na een paar uur gereden te hebben, Boris had al die tijd geslapen, bereikten ze een klein stadje. Ze stopten bij de benzine pomp en tankten de tanks weer bomvol. Ook water konden ze daar krijgen. Boris rende snel naar de bakker aan de overkant om wat vers brood te kopen. Het was warm geworden in de wagen en Lisa had haar raam helemaal opengezet. Ze zat achter het stuur te wachten op Boris.

In de tussentijd kwam een nieuwsgierige vent rond snuffelen bij Svet. Hij voelde voorzichtig aan het portier, het was op slot. Hij drentelde verder naar de bestuurderskant. Hij reikte naar binnen en greep Lisa bij haar nek en probeerde haar naar buiten te trekken. Svet stond hoog op haar wielen en de man moest op de treeplank klimmen om bij Lisa te kunnen. Lisa worstelde zich los en deed de deur met een enorme duw open.

De man vloog er achteruit vanaf en kwam met een zware plof op zijn rug terecht. Lisa deed onmiddellijk de deur weer dicht en op slot en draaide het raam omhoog voordat de man weer overeind was. Hij trok een pistool uit de band van zijn broek en wees op Lisa.

‘Doe onmiddellijk die deur open, of ik schiet jou en die vent van je overhoop’ snauwde de man in het Russisch. Lisa verstond hem niet, maar begreep wel de strekking wat hij wilde. De man wilde Boris neerschieten als ze hem Svet niet zou geven.

Ze had zo ongeveer wel genoeg van mannen die dachten haar te kunnen dwingen om dingen te doen of te ondergaan die ze niet wilde. Ze pakte de gordel en deed die om. Svet startte de motor en Lisa gaf gas. Ze draaide aan het stuur en de Svet begon om haar as te draaien. De wielen maalde en de man moest steeds verder achteruit springen om niet tussen die grote wielen terecht te komen.

Boris kwam net aanlopen en zag het tafereel even aan tot hij goed begreep wat er gebeurde. Hij pakte de man in zijn nek beet en tilde hem van de grond. Met de andere hand pakte hij het pistool af, zonder de zak met brood los te laten. Hij schudde vermanend zijn hoofd en siste tegen de man.

‘Zo verschrikkelijk onverstandig’ hij gooide hem opzij en stapte in Svet, die was gestopt met om haar as draaien op het moment dat Boris de man pakte.

‘Laten we gaan, voordat hij zijn vriendjes roept.’ Boris zuchtte eens diep.

Lisa reed met een kalm gangetje weg van de benzinepomp en vervolgde haar weg.

Ze maakte zich een beetje ongerust over de man die ze bij de benzinepomp achterlieten, maar wat wilde hij doen. Een overval plegen, zoals vroeger in het wilde westen? Ze grinnikt een beetje bij het idee.

Boris keek opzij en grijnsde met haar mee, alsof hij precies wist wat er door haar hoofd ging.

‘Nog een reden om door te rijden’ zei Lisa tegen hem. Hij gromde instemmend en begon met een broodje uit te pakken en aan haar te geven. De bakkerij had de lekkerste broodjes had hij gemerkt.

Lisa smulde onder het rijden. Svet reed eigenlijk zichzelf had ze ontdekt. Ze voelde de correcties subtiel in haar stuur. Dat maakte het rijden over moeilijk ongelijk terrein een stuk gemakkelijker, maar hier op de weg was het bijna onnodig dat er iemand achter het stuur zat. Svet kon het zelf.

 

Na verloop van tijd werd de weg steeds glibberiger. Het kostte steeds meer moeite om Svet op de weg te houden. De hellingen werden weer steiler en de weg smaller.

Na een paar kilometer liep de weg door een kloof. De steile bijna loodrechte hellingen dropen van het water en op de weg lag een dikke laag gele plakkerige modder. Het was spekglad. Alles zat onder. Aan het begin van de kloof liep een rivier nog evenwijdig aan de weg, maar de rivier boog af en stroomde door zijn eigen kloof en verdween uit het zicht.

De weg liep tussen twee steile rotswanden door.

De voorruit was vrijwel ondoorzichtig geworden op de kleine driehoek na die de ruitenwisser schoon hield.

Ook verderop in de kloof werd de weg niet beter, de laag modder leek alleen maar dikker te worden.

Ineens klonk er een luide ping en ketste er iets van de wagen af. Een luide klap kwam er achter aan.

Boris dook naar achteren om zijn geweer te pakken. Lisa trok haar hoofd in. Ze had dat geluid eerder gehoord tijdens de overval op Victors huis. Er werd op hen geschoten.

Boris kwam weer naar voren, hij draaide het raam open, hij schoof zijn bovenlichaam naar buiten en richtte het geweer. Hij schoot niet voordat hij zijn vijand in het vizier had.

Hij zag het vuur uit de monding komen en richtte en schoot in één beweging. Hij hoorde de gil in de verte.

Hij grijnsde, een gevaarlijke licht in zijn ogen.

Verder op de weg glinsterde verschillende geweerlopen in het late middaglicht.

Hij had de zon van achteren. Na een hele middag regen, was de zon eindelijk gaan schijnen en in zijn voordeel. Een bundel zonlicht viel op een bult in de blubber.

Het was bijna niet te onderscheiden wat het was, maar hij dacht een voetje te onderscheiden in massa gele klei. Hij sprong uit de wagen en gooide het geweer op zijn rug. Hij sprintte voor de glijdende wagen uit, naar de bundel en raapte het op uit de smurrie. Hij hield het onder zijn arm en begon terug te lopen. Hij zakte tot aan zijn knieën in de bagger, wat het lopen moeilijk maakte.

Maar Boris grote lijf was wonderbaarlijk sierlijk als hij in de volle aanval was. Een boos, maar lenig dier.

Zijn blik dwaalde richting de aanvallers, maar ongericht en viel op een andere bult in de plakkerige modder.

De bult bewoog enigszins. Boris deed een paar passen naar links en pakte de bult onder zijn andere arm.

Svet kwam bijna dwars aan gegleden en schermde hem af van de schoten van de aanvallers. De deur zwaaide open en hij gooide beide bundels naar binnen. Hij stapte op de rand van de cabine en schouderde zijn geweer. Hij begon in een snel tempo te schieten en bijna ieder schot was raak.

Hij hoorde gebrul in de verte en zag mannen in een voertuig springen met bijna net zulke grote banden als Svet

Svet ondertussen denderde gewoon door, naar links en rechts glijdend. De grote wielen alle kanten opmalend om maar grip te houden op de dikke laag blubber op de weg. De bagger schoot meters hoog boven de wagen uit. Maar uiteindelijk reden ze nog steeds vooruit. Lisa grijnsde breed. Ze leek hiervan te genieten. Een vrouw naar zijn hart. Uiteindelijk was hij een krijger in het diepst van zijn ziel. Lisa blijkbaar ook.

Boris was ongelofelijk trots op haar.

 

Ze naderden het voertuig op de weg, er was geen ruimte om er omheen te rijden en Lisa besloot er dan maar door heen te gaan. Ze was woest dat ze niet met rust gelaten werden en over de voortdurende achtervolging. Ze was moe, had te weinig geslapen en ze had geen geduld meer met de aanvallers. Of compassie. Ze moest aan zichzelf toegeven dat ze ook wel een beetje van de spanning genoot.

Een van de mannen, de man van het tankstation zag ze, probeerde voor de wagen weg te springen, maar met een beetje bijsturen had ze hem te pakken en hij werd door het grote wiel door de lucht geslingerd en viel voorover in de dikke blubber. Hij verdween er zowat in. Ze lachte een beetje grimmig. Daarna maalden de wielen van Svet over de andere wagen heen en had ze alle aandacht nodig om Svet op de weg te houden. Ze hobbelden vreselijk en Svet leek even op haar kant te gaan. Lisa had even het idee dat er nog maar één wiel op de grond stond en de rest door de lucht draaide. Daarna plonsde ze terug de bagger in en de wielen draaide weer als een dolle, maar ze gingen vooruit en botste niet tegen de rotswand aan. Voor hen uit stond nog een wagen. Er zaten een paar mannen in, de wagen bleef gewoon staan alsof ze verwachtten dat Lisa voor hen zou stoppen.

Maar ze was niet meer te stoppen en gaf nog wat gas bij. De motor brulde.

De chauffeur twijfelde even en begon toen als een gek achteruit te rijden. Svet kwam steeds dichterbij. Was het al moeilijk om door die gladde laag op de weg vooruit te rijden, achteruit was nog moeilijker. De mannen schreeuwden in paniek door elkaar.

De rotswand week en de achteruit rijdende wagen dacht met een haakse bocht aan de wielen van Svet te kunnen ontsnappen, maar hij had niet gedacht aan de steile helling die daar was en diep onder hen eindigde in een rivier die met een ruime bocht evenwijdig met de weg liep. Het water in de rivier stroomde snel. De wielen van de wagen slipten en maalden, maar langzaam maar zeker gleden ze langs de gladde steile helling en plonsden in het water, de wagen zakte scheef op de stroming en begon draaiend weg te drijven, langzaam zinkend.

Lisa keek de wagen niet na en concentreerde zich op de weg. Die steeg langzaam, maar was nog steeds spiegelglad. Ze zag geen wagens of mannen meer en ademde langzaam uit.

Ze minderde wat snelheid, zodat de Svet wat rustiger op de weg reed en keek schuin naar Boris.

‘Wat heeft die onverwachte actie ons opgeleverd? Twee bundels blubber?’ vroeg ze een beetje nieuwsgierig.

‘Ik weet het niet zeker, maar ik denk een kind en een hond. Niet iets wat ik verwachtte aan te treffen in de blubber tijdens een overval. Goed gedaan trouwens’ Boris bromde tevreden.

Een van de bundels bewoog en een laag gegrom werd hoorbaar, tegelijk met een blikkerend gebit. Boris gaf er niet om.

Hij hield zijn hand onder de neus van de hond, zodat hij kon ruiken en praatte zachtjes tegen het beest. Een staart begon zachtjes te kwispelen, wat een vreemd gezicht was met een staart zwaar van de modder.

De andere bundel begon zacht te huilen, de hond kroop naar het kind toe en er tegen aan.

Boris begon de douche tevoorschijn te halen en pakte een broek en trui van Lisa.

Die van hemzelf waren helemaal gigantisch voor een kind. Voorzichtig pakte hij het kind op en begon de modderige kleding uit te trekken. De hond gromde.

‘Jij komt ook aan de beurt in de douche.’ beloofde hij de hond en duwde hem vast de douche in, zodat de ergste modder uit zijn vacht kon spoelen.

Hij zette het kind ook onder de douche. Zolang de hond erbij was, spartelde het kind niet tegen.

Hij waste beide snel, maar grondig. Tegen de tijd dat hij allebei gewassen en gedroogd had, het kind had aangekleed en de rommel had opgeruimd waren ze ruim een uur verder. Lisa had al die tijd verder gereden om de plek van de overval zover mogelijk achter zich te laten. Maar nu was het tijd voor een pauze. Ze was moe.

Svet had een mooie plek uitgezocht aan de rivier. Een grote rots zorgde ervoor dat vanaf de weg nauwelijks zichtbaar waren en alle modder zorgde ook voor een schutkleur.

 

‘We hebben hier een jongetje, maak kennis met Lisa’ zei Boris in het Russisch tegen het kind. ‘Hoe heet je?’ De jongen kromp in elkaar en keek strak naar zijn voeten. Hij gaf geen antwoord.

Lisa streek de jongen over zijn haar. Hij had zwarte krullen die in een ordeloze bos op zijn hoofd zat. Donkerbruine ogen en een paar sproeten op zijn neus. Amper zes jaar schatte Boris.

Boris krabde zijn blonde baard.

De hond zat naast het kind. Lisa krabbelde hem vervolgens op zijn kop achter zijn oren. Ze sprak hem in het Nederlands toe en het jongetje keek met een ruk op.

‘Versta je mij’ vroeg Lisa verbaasd, dat had ze niet verwacht. Niet in het midden van Rusland. Nederland was ver weg.

De jongen knikte.

‘Ik ben van België’ fluisterde hij en een traan liep over zijn wang. Die jongen was vreselijk ver van huis.

Lisa trok hem op schoot en knuffelde hem.

Boris was ondertussen het keukentje ingegaan en begon de belegde broodjes op een bord te leggen. Hij zette het bord voor de neus van het jongetje en knikte tegen hem. Boris sprak geen Nederlands of Vlaams, maar hij verstond er genoeg van.

De jongen viel aan op het broodje en gaf steeds een stukje aan de hond. Hij keek schuin naar Boris of hij niet kwaad zou worden, maar het hield hem niet tegen om de hond te voeren. Boris stond op en pakte een schaal uit de kast en verbrokkelde er het oude brood in, hij schepte een lepel soep eroverheen en gaf het aan de hond. Die schrokte de schaal zo snel mogelijk leeg. Boris schepte soep op voor Lisa en de jongen. De jongen ademde de soep zowat in, zo snel had hij zijn mok leeg. Lisa at wat langzamer, al had zij ook honger.

Terwijl ze aten praatte ze wat met de jongen. Hij had zijn naam niet gezegd, maar begon wel wat over zijn angst heen te komen. Hij keek steeds met een schuine blik naar Boris en was klaarblijkelijk bang.

‘Ben je niet bang voor hem?’ vroeg hij fluisterend ‘Hij is zo groot’ de jongen was ook heel klein vergeleken met Boris.

‘Hij is de grootste lieverd die ik ken, ik ben heel erg blij dat hij bij me is, hij heeft ook mij gered’ fluisterde ze terug. Boris had wel begrepen waar die twee over fluisterde en hij was blij met de woorden van Lisa.

Beetje bij beetje wist ze zijn verhaal uit de jongen te trekken.

Hij heette Adam.

Hij was ontvoerd door boze mannen en ze hadden hem laten slapen, vertelde hij.

Hij was wakker geworden bij een man die net zo praatte als Boris en daarom was hij zo bang voor hem. De man had hem geslagen en nog andere dingen gedaan, maar de jongen wilde daar niet over praten.

Lisa dacht wel te weten wat dat voor dingen waren.

Een vrouw had hem opgehaald en hij wist niet waar ze heen gingen of waarom. De vrouw was niet lief geweest, vond Adam. Ze had gemeen in zijn arm geknepen.

Hij was ontsnapt toen de auto verongelukt was.

De vrouw bij wie hij in de auto zat op dat moment was op slag dood, maar hij was uit de auto geslingerd en had het overleefd, zonder al te zware verwondingen.

Hij had een beetje rondgedwaald om te zien of hij zijn huis terug kon vinden, maar dat was niet gelukt.

Onderweg had hij de hond ontmoet.

Die was met hem meegelopen en had hem warm gehouden ‘s nachts. Ze waren vrienden geworden.

Ze zwierven al een poosje rond, voordat ze op die blubberige weg waren terecht gekomen.

Toen die mannen zich daar verstopten langs de kant van de weg, had de hond hem omgegooid om hem te verstoppen en zo waren ze zo vies geworden.

Lisa vertaalde het hele verhaal voor Boris en het deed hem denken aan al die verdoofde kinderen die hij in San Francisco had gezien. De grote vraag wat hen betreft was hadden zijn ouders hem verkocht of was hij inderdaad ontvoerd. Maar dat zou Mariah of Ghost wel weten uit te vinden.

‘Belgisch’ zei Boris peinzend ’ik vraag me af of hij tweetalig is?’

‘Spreek jij Frans? vroeg Lisa, zich afvragend of hij zo’n vat vol verrassingen zou blijven. Hij knikte bevestigend.

‘En nog zo het een en ander, maar geen Nederlands, al denk ik wel dat ik het snel zal leren.’ hij grinnikte zachtjes.

‘Spreek je Frans? vroeg hij de jongen. Adam knikte.

‘Mijn moeder is een Française’ antwoordde het kind in vlot Frans.

‘Mooi, dan kunnen we met elkaar praten. Ik heet Boris en ik weet hoe je je voelt nu. Het is mij ook overkomen toen ik zes was. Toen is mijn moeder overleden en ben ik verkocht naar China. Maar je bent nu bij ons en ik zal ervoor zorgen dat we je familie weer terug vinden. Maar eerst moeten we uit Rusland weg zien te komen. Ik zorg ervoor dat niemand je weer iets aandoet.’ Boris keek met een frons naar buiten.

Lisa wreef over zijn rug en hij leunde tegen haar aan.

‘Is zij je vrouw? vroeg de jongen een beetje verlegen.

‘Dit is Lisa, ik ken haar nog niet lang, maar ik hoop dat ze ooit mijn vrouw wil worden. Hoe heet je hond?

De mensen keken naar de hond die aan hun voeten lag. Het was een groot ruigharig geval met lange hangende oren en een mooie pluimstaart. Zij vacht had allerlei kleuren grijs en wit en hij had de uitstraling van een geitenwollenssok. Gemêleerd.

‘Hij heet Max’ zei Adam trots ‘en hij is mijn beste vriend’ Hij aaide Max over zijn kop.